Het verhaal van Der Zigeunerbaron
Sándor Barankay, de zoon van een
verbannen slotvoogd, mag naar zijn landgoed terugkeren. Zijn bezittingen
zien er nu niet bepaald imposant uit: het slot is vervallen, de grond is
verdord. Wčl gaat het gerucht dat er ergens een schat verborgen is.
Voor de overdracht door graaf Carnero zijn twee getuigen nodig. De oude
zigeunerin Czipra wordt opgetrommeld en de varkensfokkker Kálman Zsupán,
die, omdat hij lezen noch schrijven kan, een kruisje zet. Zsupán is niet erg
verheugd over de terugkeer van Barinkay. Hij beschouwde diens grond al min
of meer tot zijn eigendom en hij had gehoopt de schat te vinden. Om niet
alles zijn neus voorbij te zien gaan stemt Zsupán erin toe dat Sándor met
zijn dochter Arsena trouwt. Arsena heeft al een vrijer, Ottokar, de zoon van
haar gouvernante Mirabella. Als Barinkay aan haar wordt voorgesteld zegt ze,
om tijd te winnen, dat haar echtgenoot minstens een baron moet zijn.
Barinkay blijft alleen achter, maar hij krijgt gezelschap van Czipra en haar
knappe dochter Saffi. De zigeuners komen terug van de markt. Czipra vertelt
hun dat Barinkay hun nieuwe heer is. De zigeuners zweren hem trouw. Barinkay
klopt daarna bij Zsupán aan en zegt dat hij nu van adel is; hij is
zigeunerbaron! Zo heeft Arsena het echter niet bedoeld. Barinkay vertrekt
met Czipra en Saffi om elders de nacht door te brengen. Hij verklaart Saffi
zijn liefde.
Czipra vertelt dat ze gedroomd heeft waar de schat verborgen ligt. Met z’n
drieën begeven ze zich erheen en ze vinden hem inderdaad, tot grote ergernis
van Zsupán,
die nu juist dáár nog niet had gezocht!
Graag Homonay ronselt soldaten voor de oorlog tegen Spanje. Voor ze het
weten zijn Zsupán en Ottokar ingelijfd, maar ook Barinkay meldt zich aan.
Uit een oud document blijkt inmiddels dat Saffi geen zigeunerkind is, maar
de dochter van de laatste Turkse Pasja die in Hongarije heeft geregeerd. Als
eenvoudige "burgerman" voelt Barinkay zich niet langer waardig naar haar
hand te dingen en trekt daarom maar ten strijde. Na de oorlog keren de
zegevierende troepen naar Wenen terug. Wegens zijn verdiensten wordt
Barinkay in de adelstand verheven. Hij sluit Saffi in zijn armen. Ook Arsena
en Ottokar worden voorgoed verenigd.